Sluitertijd: Een fatale liefdesgeschiedenis. Podcast 001

Foto’s en vrijmarkten

 

Het boekje lag naast een tegel ter herinnering aan de kroning van Beatrix op 30 april 1980. Zo’n profiel van een vroege Rafaël op overtrekpapier dat van het staatshoofd een beetje fletse Madonna maakte. Maar niemand op de vrijmarkt die daar aanstoot aan nam. Het was dat z’n oog erop viel na het passeren van de zoveelste uitstalling aan overgebleven huisraad waar helaas geen inklapbare stoel van Rietveld tussen stond die hem na wat afdingen tot een vermogend man maakte.

Dat werd hij niet van het zijaanzicht van de vorstin, afgebeeld op rechthoekig geglazuurd aardewerk, wat het portret een beetje sombere uitstraling gaf, neigend naar bruin, alsof de maker er niet veel fiducie in had. Een mislukt massa-product voor een paar centen te koop.

 

 

Vrijmarkt
Vrijmarkt Elandsgracht Amsterdam 30 april 2010
 

Vroeger sierden dat soort creatieve misbaksels tot in lengte van jaren de muren van vestibules en eetkamers in de woningen van zowel arbeiders als hun bazen. Tussen de andere prullaria ter herinnering aan staatkundige hoogtepunten toen de onderdanen nog gezagsgetrouw waren en pal stonden voor de monarchie. In de tijd van Wilhelmina en de eerste regeringsjaren van dochter Juliana, tot de prins-gemaal door de mand viel als corrupte rokkenjager.

Na het vernietigende rapport van de Commissie Donner was het hoog tijd voor een nieuwe vorstin, voor Beatrix dus als eerste in lijn van de troonopvolging. Vandaar die tegel.

Ondanks de belabberde weergave van  haar profiel was van lichamelijk verval nog geen sprake. Maar de tijd zou het frisse meisjesgezicht aanstampen, tot er van het onschendbare deel van de regering niet veel meer over was dan een adellijke dame met rimpels onder een betonnen kapsels, een door overmatig gebruik van haarlak gevormde helm waarvan de draagster de hofteugels strak in handen hield.

Een moeder van drie zonen. De eerstgeborene, Alexander, die de kroon zou overnemen ooit. Zo was het nu eenmaal vastgelegd in landen met een constitutionele monarchie. Behalve dan in Engeland.

Hij wist nog dat op een ochtend in april eind jaren zestig de onderwijzeres de klas binnenkwam met de mededeling dat er een kroonprins was geboren. In de pauze was ze blijkbaar als hoofd van de feestcommissie naar de Simon de Wit in de Tweede Nassaustraat geweest voor een paar rollen Bolletje, want de hele klas kreeg ter viering van de heugelijke gebeurtenis een beschuitje met muisjes.

Ten koste van de Gazeuse bij de Zoete Inval tijdens het jaarlijkse schoolreisje. Dat werd vanwege geldgebrek leidingwater uit de duinen aangelengd met vruchtensiroop, van die mierzoete troep waar de wespen wel pap van lusten. Kopje onder in het suikervocht op de bodem van een glas dat dan razendsnel werd omgedraaid, de rand een guillotine en ze het paren met de koningin wel op hun geelzwartgestreepte buikje konden schrijven. Wat ze toch niet overleefd hadden.

Waren ze op Soestdijk heel wat beter af. Maar ook daar moest voor nageslacht gezorgd worden om uitsterven van het Koningshuis op de wat langere termijn te voorkomen.

Liefde met een bedoeling. Het landelijk belang van lichamelijke affectie.

Het gaande houden van de monarchie op bescheiden wijze gecelebreerd op de lagere scholen van het land. Voor de zekerheid nog twee prinsen erbij. Mocht de pest uitbreken. Maar toen zat hij al op de middelbare school. Op een Mavo met aan de gevel een soort van misthoorn. Een paar honderd leerlingen op de stoep, wachtend tot het ding ging loeien dat het een aard had en de lessen konden beginnen, gegeven in een nevel van pedagogische onwetendheid. ‘Frontaal klassikaal’ geheten. Een onderwijskundige aanrijding met de nodige geestelijke blikschade. De school als een soort door de staat opgelegde dwangarbeid in de vorm van proefwerken en al dat vreselijke aan tests en overhoringen ter voorbereiding op een ergens in de verre toekomst gelegen eindexamen. 

Behalve op feestdagen, zoals 30 april. Misschien dat z’n liefde voor het Huis van Oranje er ook wel mee te maken had, een gevoel van onbekommerde vrijheid, en hij daarom de stad in was gegaan. Toch ook een beetje het idee van een monarchale lijntrekker. Maar als opportunist niet alleen de macht der gewoonte volgend, nee, iets veel hogers… Iets dat diep in hem zat als een soort aangeboren afwijking op het gebied van het overerfbare.

 

Beluister het tweede deel van de roman Sluitertijd: Podcast 002. (De merkwaardige belevenissen van de pedagoog Lodewijk Apostel, waarin hij mijmert over de liefde voor een oude republikeinse vriendin, zo er van liefde sprake was toen, in ieder geval minder diep dan z’n genegenheid voor het Koningshuis.)

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *